Hersenkronkels, veel vragen en een grote glimlach
Thuiskomen
Thuiskomen

Thuiskomen

Een tijd geleden sprak ik met vrienden over een belangrijke levensvraag. Een vraag waarvan het antwoord mijns inziens niet eens zo heel belangrijk is… Tegelijkertijd is het een vraag die wel ons leven kan beheersen.

Mensen worden wel eens verliefd. Een grappig en wonderlijk gegeven is dat verliefdheid puur biologisch te verklaren is. Ergens in de grijze massa die we met onze geboorte mee hebben gekregen ontstaat een hoeveelheid dopamine. Dit stofje is bij verliefdheid hét toverwoord en maakt ons zo gevoelig voor beloning (of bij verliefdheid dus voor een partner). Ik kan er voor kiezen om hier nog dieper op in te gaan, om allerlei interessante wetenswaardigheden te verkondigen, maar ik denk dat de gemiddelde lezer daar niet heel blij van wordt. Maar in principe is verliefdheid een chemisch proefje dat lukt in ons lijf. Best wel iets om trots op te zijn.

Nu is de standaard norm dat een man op een vrouw valt en een vrouw op een man. Prima. Huisje boompje beestje en de voortplanting gaat lekker doorsnee voort. Er zijn echter ook mensen die hier van afwijken. Man-man, vrouw-vrouw, man-vrouw/man, vrouw-man/vrouw. Voor mij nog steeds prima, staag goed te volgen. Maar dan hebben we ook immer nog de mensen die in dubio verkeren, alles overpeinzen … en het dan nog steeds niet weten… de vraag blijven herhalen en daardoor lichtelijk krankzinnig lijken te worden en het antwoord steeds verder weg komt te liggen. Niet meer binnen handbereik of op armlengte, maar ver op zee, in de verlaten maneschijn.  Mensen die ongelukkig worden omdat ze zichzelf onbewust radeloos maken.

Volgens onderzoeker Dick Swaab is geaardheid aangeboren; onderzoek heeft namelijk aangetoond dat er kleine verschillen zijn te zien in de hersenhelften van heteroseksuelen en homoseksuelen. Er is natuurlijk van alles geprobeerd om homoseksualiteit te verdrijven uit mensen (en hier treed ik niet in detail want dit is mensonwaardig). Daar dit nooit geslaagd is, kan men zonder veel twijfel stellen dat in de volwassenheid de seksuele geaardheid niet meer aan verandering onderhevig  is. Maar waarom kan het dan toch zo’n groot issue zijn voor velen?

Omdat we het gevoel hebben dat we moeten kiezen.

MAAR waarom moeten we kiezen? Waarom moet er een antwoord zijn? Omdat de maatschappij van ons verwacht dat we een keuze maken? Wat schieten we er zelf mee op als we iets uitspreken? Als we warm worden van binnen, als we – zoals een leerling laatst zei –insecten in onze buik voelen, ons begrepen en geaccepteerd voelen door een ander, als we onze eigen merkwaardige mening mogen verkondigen en de ander vindt dat oke, dan is het toch goed? Wat maakt het uit of er een man of een vrouw tegenover je zit. De mens is gemaakt om andere mensen lief te hebben, en het is goed, te alle tijden goed. We hoeven niet perse in  een hokje geplaatst te worden (of onszelf in een hokje willen plaatsen) om gelukkig te kunnen zijn. Juist niet bij deze vraag stilstaan heeft een positieve uitwerking. Het is geen allesomvattende levensvraag, het is iets waar we op den duur vanzelf achterkomen, als we openstaan voor wie we zelf zijn. Niet bang zijn voor de confrontatie met onszelf, niet weglopen voor vermeende schaduwen.

Het is tijd om thuis te komen bij jezelf.

Tijd om te aarden.

Liefde is te mooi om zo moeilijk over te doen. 

file000640946575

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.